Skip Navigation or Skip to Content
Oranje gevaarsetiket met GHS-pictogrammen op industrieel chemicaliëndrum, heftruck op de achtergrond in magazijn.

Welke informatie moet op het etiket van gevaarlijke stoffen staan?

Wie gevaarlijke stoffen vervoert, opslaat of verwerkt, krijgt te maken met strikte regels rond etikettering. Een correct etiket is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een essentieel veiligheidsinstrument voor iedereen in de keten: van producent tot eindgebruiker. Zeker bij transport van gevaarlijke stoffen kan een ontbrekend of foutief etiket ernstige gevolgen hebben, zowel voor de veiligheid als voor de naleving van wet- en regelgeving.

In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de etikettering van gevaarlijke stoffen, zodat je precies weet wat er verplicht op een etiket moet staan, welke pictogrammen worden gebruikt en welke fouten je absoluut moet vermijden.

Wat zijn gevaarlijke stoffen en waarom is etikettering verplicht?

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen of mengsels die een risico vormen voor de gezondheid van mensen, de veiligheid of het milieu. Denk aan ontvlambare vloeistoffen, bijtende chemicaliën, giftige gassen of milieugevaarlijke producten. Etikettering is verplicht omdat het de enige manier is om iedereen die met de stof in aanraking komt direct en duidelijk te informeren over de risico’s en de juiste omgang ermee.

De verplichting tot etikettering is vastgelegd in Europese regelgeving, met name de CLP-verordening (Classification, Labelling and Packaging). Deze verordening verplicht producenten en leveranciers om gevaarlijke stoffen correct te classificeren en te voorzien van een gestandaardiseerd etiket voordat ze op de markt worden gebracht. Zonder een correct etiket mag een stof in veel gevallen niet worden vervoerd, opgeslagen of verkocht.

Etikettering beschermt niet alleen de eindgebruiker, maar ook transporteurs, magazijnmedewerkers en hulpdiensten. In geval van een incident of calamiteit geeft het etiket direct inzicht in de aard van het gevaar en de juiste handelwijze. Dat maakt het een onmisbaar onderdeel van de veiligheidsketen rond gevaarlijke stoffen.

Welke verplichte informatie moet op een etiket van gevaarlijke stoffen staan?

Op een etiket van gevaarlijke stoffen moet minimaal de volgende informatie staan: de naam van de stof of het mengsel, de naam en contactgegevens van de leverancier, de gevarenpictogrammen, signaalwoorden, gevarenaanduidingen (H-zinnen) en veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen). Samen geven deze elementen een volledig beeld van de risico’s en de veilige omgang met de stof.

Hieronder een overzicht van de verplichte elementen op een CLP-etiket:

  • Productnaam of identificatie: de chemische naam of handelsnaam van de stof of het mengsel
  • Leveranciersgegevens: naam, adres en telefoonnummer van de fabrikant of importeur
  • Nominale hoeveelheid: de hoeveelheid stof in de verpakking, indien bestemd voor de consument
  • Gevarenpictogrammen: gestandaardiseerde GHS-symbolen die het type gevaar aanduiden
  • Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing”, afhankelijk van de ernst van het risico
  • H-zinnen (gevarenaanduidingen): beschrijven de specifieke gevaren van de stof
  • P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen): geven instructies voor veilig gebruik, opslag en eerste hulp
  • UFI-code: een uniek formuleringsidentificatiemiddel, verplicht voor mengsels bestemd voor consumenten of professionele gebruikers

Al deze elementen moeten leesbaar, duurzaam en goed zichtbaar op de verpakking zijn aangebracht. De grootte van het etiket en de pictogrammen is afhankelijk van de inhoud van de verpakking en is eveneens vastgelegd in de CLP-verordening.

Wat zijn de GHS-pictogrammen op een etiket voor gevaarlijke stoffen?

GHS-pictogrammen zijn gestandaardiseerde gevaarsymbolen binnen het Globally Harmonised System (GHS), het internationale systeem voor de classificatie en etikettering van chemische stoffen. Er zijn negen officiële GHS-pictogrammen, elk in de vorm van een rood omrand ruitje met een zwart symbool dat een specifiek type gevaar aanduidt.

De negen GHS-pictogrammen en hun betekenis:

  • GHS01 Explosief: voor explosieve stoffen, mengsels en voorwerpen
  • GHS02 Ontvlambaar: voor ontvlambare gassen, vloeistoffen en vaste stoffen
  • GHS03 Oxiderend: voor oxiderende gassen, vloeistoffen en vaste stoffen
  • GHS04 Samengeperst gas: voor gassen onder druk
  • GHS05 Corrosief: voor stoffen die metalen of de huid aantasten
  • GHS06 Acuut toxisch: voor stoffen met een ernstige acute giftigheid
  • GHS07 Schadelijk/irriterend: voor stoffen met een minder ernstige acute toxische werking of irriterende eigenschappen
  • GHS08 Gezondheidsgevaar op lange termijn: voor stoffen die kankerverwekkend, mutageen of reproductietoxisch zijn
  • GHS09 Milieugevaarlijk: voor stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu

Op een etiket mogen meerdere pictogrammen tegelijk voorkomen als een stof meerdere gevaren kent. De pictogrammen moeten een minimale afmeting hebben en altijd goed zichtbaar zijn op de verpakking.

Wat is het verschil tussen CLP-etikettering en ADR-etikettering?

CLP-etikettering geldt voor de classificatie en etikettering van chemische stoffen en mengsels op de markt, terwijl ADR-etikettering specifiek van toepassing is op het wegtransport van gevaarlijke goederen. De twee systemen hebben een ander doel, andere symbolen en andere wettelijke grondslagen, maar vullen elkaar aan.

CLP-etikettering: voor de markt

De CLP-verordening regelt hoe gevaarlijke stoffen worden geclassificeerd, verpakt en geëtiketteerd voordat ze op de Europese markt worden gebracht. De GHS-pictogrammen die hierboven beschreven zijn, horen bij dit systeem. CLP-etiketten zijn bedoeld voor de eindgebruiker en bevatten gedetailleerde informatie over gevaren en veilig gebruik.

ADR-etikettering: voor transport

ADR staat voor de Europese overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg. ADR-etikettering omvat specifieke oranje kentekenplaten, gevarenidentificatienummers (Kemler-codes), UN-nummers en ruiten in de kleur van de gevarenklasse. Deze labels zijn zichtbaar op de buitenkant van het voertuig en de verpakking, zodat hulpdiensten bij een incident direct weten wat er wordt vervoerd.

Een stof kan dus zowel een CLP-etiket op de verpakking hebben als ADR-markeringen op het transportvoertuig vereisen. Wie gevaarlijke stoffen vervoert, moet met beide systemen rekening houden. Bij Versteijnen zijn we gespecialiseerd in transport van gevaarlijke stoffen, waarbij alle ADR-vereisten strikt worden nageleefd.

Welke taal moet op het etiket van gevaarlijke stoffen staan?

Het etiket van gevaarlijke stoffen moet zijn opgesteld in de officiële taal of talen van het land waar de stof op de markt wordt gebracht of wordt gebruikt. Voor Nederland betekent dit dat het etiket in het Nederlands moet zijn. Bij export naar meerdere landen moet het etiket de talen bevatten van alle landen van bestemming.

Dit klinkt eenvoudig, maar in de praktijk leidt het regelmatig tot problemen. Een product dat in meerdere Europese landen wordt verkocht, moet een meertalig etiket hebben. Dat stelt eisen aan de omvang van het etiket en de leesbaarheid van de tekst. De CLP-verordening staat toe dat meerdere talen op één etiket worden gecombineerd, mits alle verplichte elementen per taal volledig aanwezig zijn.

Bij het transport van gevaarlijke stoffen over de grens is het bovendien van belang dat de begeleidende documenten, zoals het veiligheidsinformatieblad, eveneens beschikbaar zijn in de taal van het bestemmingsland. Taalfouten of ontbrekende vertalingen kunnen leiden tot vertragingen aan de grens of zelfs tot weigering van de lading.

Welke fouten bij etikettering van gevaarlijke stoffen moet je vermijden?

De meest voorkomende fouten bij etikettering van gevaarlijke stoffen zijn: ontbrekende verplichte elementen, onjuiste of verouderde classificatie, pictogrammen die te klein of slecht leesbaar zijn, een verkeerde taal en het gebruik van niet-gestandaardiseerde symbolen. Elk van deze fouten kan leiden tot boetes, transportweigering of gevaarlijke situaties.

Concrete fouten om te vermijden:

  • Onvolledige H- of P-zinnen: niet alle relevante gevarenaanduidingen of veiligheidsaanbevelingen opnemen
  • Verouderde etikettering: nog gebruikmaken van de oude R- en S-zinnen in plaats van de huidige H- en P-zinnen
  • Te kleine pictogrammen: pictogrammen die niet voldoen aan de minimale afmetingen zoals voorgeschreven in de CLP-verordening
  • Ontbrekende UFI-code: verplicht voor mengsels, maar wordt nog regelmatig vergeten
  • Verkeerde taal: een etiket alleen in een vreemde taal aanbrengen zonder vertaling voor het bestemmingsland
  • Etiket dat loslaat of vervaagt: gebruik materialen die bestand zijn tegen de omstandigheden waaronder de stof wordt opgeslagen of vervoerd
  • Inconsistentie met het veiligheidsinformatieblad: het etiket en het bijbehorende SDS moeten altijd overeenkomen

Etiketteringsfouten worden bij inspecties en tijdens transport regelmatig geconstateerd en kunnen de gehele lading blokkeren. Wil je zeker weten dat jouw transport van gevaarlijke stoffen aan alle eisen voldoet? Neem contact met ons op voor advies op maat. Met onze jarenlange ervaring in ADR-transport denken we graag met je mee over een veilige en compliant logistieke oplossing.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet een etiket van gevaarlijke stoffen worden bijgewerkt?

Een etiket moet worden bijgewerkt zodra er wijzigingen optreden in de classificatie van de stof, de samenstelling van het mengsel, de regelgeving (zoals een update van de CLP-verordening) of de leveranciersgegevens. In de praktijk betekent dit dat je de etikettering periodiek controleert, bij voorkeur jaarlijks, en altijd direct aanpast wanneer er een wijziging in de Europese gevarencriteria wordt doorgevoerd. Gebruik je nog etiketten met R- en S-zinnen? Dan is het hoog tijd om over te stappen op de huidige H- en P-zinnen.

Wat is een UFI-code precies en hoe vraag ik die aan?

Een UFI (Unique Formula Identifier) is een unieke 16-tekens code die een specifiek mengsel identificeert en verplicht is op etiketten van gevaarlijke mengsels bestemd voor consumenten of professionele gebruikers. De code wordt gegenereerd via de gratis online tool van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) op basis van jouw bedrijfs-BTW-nummer en een door jou gekozen formulenummer. Na het genereren van de UFI moet het mengsel ook worden aangemeld bij de nationale vergiftigingscentra via het ECHA-portaal, zodat hulpdiensten bij een incident over de juiste informatie beschikken.

Mag ik zelf etiketten voor gevaarlijke stoffen ontwerpen en afdrukken, of moet ik daarvoor een gespecialiseerd bedrijf inschakelen?

Je mag in principe zelf etiketten ontwerpen en afdrukken, mits je volledig voldoet aan alle eisen van de CLP-verordening, waaronder de minimale afmetingen, het correcte kleurgebruik van de pictogrammen en de duurzaamheid van het materiaal. In de praktijk schakelen veel bedrijven een gespecialiseerde etiketleverancier in, omdat de technische eisen streng zijn en fouten kostbaar kunnen zijn. Zorg er in elk geval voor dat het etiketmateriaal bestand is tegen de omstandigheden waaronder de stof wordt opgeslagen of vervoerd, zoals vocht, hitte of chemische blootstelling.

Wat moet ik doen als er onvoldoende ruimte is op de verpakking voor alle verplichte etiketinformatie?

De CLP-verordening voorziet in een uitzondering voor zeer kleine verpakkingen waarbij het fysiek niet mogelijk is alle verplichte informatie leesbaar op het etiket te plaatsen. In dat geval mogen bepaalde P-zinnen worden weggelaten of mag de informatie worden opgenomen in een bijgevoegde bijsluiter of vouwblad, mits dit expliciet is toegestaan voor de betreffende stof. De gevarenpictogrammen, het signaalwoord en de H-zinnen blijven echter altijd verplicht op de verpakking zelf. Raadpleeg bij twijfel de actuele CLP-richtlijnen of een gespecialiseerd adviseur.

Gelden dezelfde etiketteringsregels voor gevaarlijke stoffen die ik alleen intern gebruik en niet verkoop?

Ja, ook voor intern gebruik van gevaarlijke stoffen gelden etiketteringsverplichtingen, al kunnen die in sommige gevallen iets beperkter zijn dan voor stoffen die op de markt worden gebracht. Werkgevers zijn op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en de REACH-verordening verplicht om werknemers te informeren over de gevaren van stoffen waarmee zij werken, onder andere via correcte etikettering van interne verpakkingen en opslaglocaties. Ontransfereerde stoffen in interne containers moeten minimaal de productnaam, de gevarenpictogrammen en de relevante gevarenaanduidingen bevatten.

Hoe ga ik om met etikettering bij het herverpakken of verdunnen van gevaarlijke stoffen?

Wanneer je een gevaarlijke stof herverpakt of verdunt, ben je als herverpakker verantwoordelijk voor een volledig nieuw en correct CLP-etiket op de nieuwe verpakking. De classificatie van de herverpakte of verdunde stof moet opnieuw worden beoordeeld, want verdunning kan de gevarenklasse veranderen, maar niet altijd in gunstige zin. Vergeet ook niet een bijgewerkt veiligheidsinformatieblad (SDS) op te stellen dat overeenkomt met het nieuwe etiket, en controleer of er een nieuwe UFI-code vereist is voor het gewijzigde mengsel.

Wat zijn de gevolgen als mijn lading gevaarlijke stoffen tijdens transport wordt gecontroleerd en het etiket niet klopt?

Bij een ADR-controle langs de weg kan een onjuist of onvolledig etiket leiden tot directe stillegging van het voertuig, een boete voor de vervoerder én de afzender, en in ernstige gevallen tot strafrechtelijke vervolging. Daarnaast kan de lading worden geweigerd of in beslag genomen totdat de situatie is rechtgezet, wat aanzienlijke vertragingen en extra kosten met zich meebrengt. Het is daarom essentieel om vóór elk transport te controleren of zowel de verpakkingsetiketten als de ADR-transportdocumenten volledig en correct zijn.

Gerelateerde artikelen