Een compliance-audit voor gevaarlijke stoffen is een systematische beoordeling waarbij wordt gecontroleerd of de opslag, het transport en de administratie van gevaarlijke stoffen voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Denk aan de PGS 15-richtlijn, ADR-voorschriften en de Omgevingswet. De audit brengt in kaart waar een organisatie compliant is en waar verbeteringen nodig zijn om incidenten, boetes en stilleggingen te voorkomen.
Voor SHEQ-managers en logistiek verantwoordelijken die werken met verpakte gevaarlijke stoffen is zo’n audit geen luxe, maar een praktische noodzaak. De vragen die daarna het meest gesteld worden, beantwoorden we hieronder stap voor stap.
Welke wet- en regelgeving vormt de basis van zo’n audit?
Een compliance-audit voor gevaarlijke stoffen is gebaseerd op een combinatie van nationale en Europese regelgeving. De belangrijkste kaders zijn de PGS 15-richtlijn voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, de ADR-regelgeving voor het vervoer over de weg, de Omgevingswet en de REACH-verordening. Samen bepalen deze kaders wat toelaatbaar is en hoe risico’s beheersbaar moeten worden gemaakt.
In 2025 is de definitieve versie van PGS 15:2025 vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad. Deze herziene richtlijn sluit beter aan op de Omgevingswet en introduceert scenariogebaseerd werken als methode om risico’s te beoordelen. Daarnaast zijn de eisen voor brandwerendheid en ventilatie aangescherpt. Wie in 2026 nog werkt met de oude versie van PGS 15, loopt het risico niet meer te voldoen aan de actuele normen.
Naast PGS 15 speelt de ADR-regelgeving een centrale rol, met name voor het transport van gevaarlijke stoffen. ADR staat voor het Europese verdrag over het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg en schrijft onder meer voor welke documentatie, verpakking, labeling en uitrusting verplicht zijn bij het vervoeren van gevaarlijke stoffen per vrachtwagen.
Wat wordt er precies gecontroleerd tijdens een audit?
Tijdens een compliance-audit voor gevaarlijke stoffen wordt gecontroleerd of de fysieke opslagvoorzieningen, de administratieve documentatie, de procedures en de competenties van medewerkers overeenkomen met de wettelijke eisen. Het gaat zowel om wat er staat als om wat er gedaan wordt en of dat aantoonbaar is vastgelegd.
Concreet komen de volgende onderdelen aan bod:
- Fysieke voorzieningen: brandcompartimentering, vloeistofdichte vloeren, lekbakken, ventilatie en blusmiddelen
- Samenopslagregelgeving: mogen de aanwezige ADR-klassen naast elkaar staan? Klasse 3 (ontvlambare vloeistoffen) en klasse 8 (bijtende stoffen) kennen bijvoorbeeld specifieke samenopslagbeperkingen
- Labeling en verpakking: zijn gevaarlijke stoffen correct geëtiketteerd en verpakt conform ADR en de CLP-verordening?
- Documentatie en registratie: zijn de opslaghoeveelheden, veiligheidsbladen en risicobeoordeling up-to-date en toegankelijk?
- Opleiding en certificering: beschikken betrokken medewerkers en chauffeurs over de juiste ADR-certificaten en trainingen?
- Noodprocedures: zijn calamiteitenplannen aanwezig en geoefend?
Bij ADR-transport wordt ook gecontroleerd of voertuigen zijn uitgerust met de verplichte ADR-uitrusting en of de begeleidende documenten, zoals vervoersdocumenten en schriftelijke instructies, aanwezig en correct zijn.
Hoe verschilt een interne audit van een externe ILT-inspectie?
Een interne audit is een zelfevaluatie die een organisatie zelf uitvoert om de eigen compliance te toetsen voordat een toezichthouder langskomt. Een externe ILT-inspectie is een officieel toezichtmoment door de Inspectie Leefomgeving en Transport, waarbij bevindingen juridische gevolgen kunnen hebben, zoals een last onder dwangsom, een tijdelijke stillegging of een boete.
Het grootste verschil zit in de consequenties. Bij een interne audit zijn tekortkomingen een verbeterpunt. Bij een ILT-inspectie kunnen dezelfde tekortkomingen leiden tot handhavend optreden. Dat maakt de interne audit bij uitstek het instrument om risico’s op te sporen voordat ze een officieel probleem worden.
Een goed uitgevoerde interne audit volgt dezelfde systematiek als een externe inspectie: dezelfde checklijsten, dezelfde normen, dezelfde aandacht voor documentatie. Het verschil is dat de uitkomst intern blijft en de organisatie zelf bepaalt hoe snel en hoe grondig tekortkomingen worden opgelost. Sommige bedrijven laten hun interne audit uitvoeren door een externe specialist om de onafhankelijkheid te waarborgen en blinde vlekken te vermijden.
Wat zijn de meest voorkomende tekortkomingen bij een PGS 15-audit?
De meest voorkomende tekortkomingen bij een PGS 15-audit zijn verouderde of ontbrekende documentatie, onjuiste samenopslag van ADR-klassen, onvoldoende brandwerendheid van opslagruimten en ventilatie die niet voldoet aan de nieuwe eisen van PGS 15:2025. Ook ontbrekende of verlopen ADR-certificaten bij medewerkers komen regelmatig voor.
In de praktijk zien we dat tekortkomingen vaak niet voortkomen uit onwil, maar uit onbekendheid met de meest recente versie van de richtlijn. De overgang naar scenariogebaseerd werken in PGS 15:2025 vraagt een andere manier van risicobeoordeling dan veel bedrijven gewend zijn. Wie nog werkt met de oude aanpak, voldoet formeel niet meer aan de actuele norm.
Andere terugkerende knelpunten:
- Veiligheidsbladen die niet zijn bijgewerkt naar de meest recente versie
- Lekbakken met onvoldoende capaciteit voor de opgeslagen hoeveelheid
- Onvoldoende scheiding tussen opslag van CMR-stoffen en andere gevaarlijke stoffen
- Geen of onvolledige registratie van opslaghoeveelheden per ADR-klasse
- Noodprocedures die op papier bestaan maar niet geoefend zijn
Wanneer is het verstandig om opslag uit te besteden aan een gecertificeerde partner?
Uitbesteden van de opslag van gevaarlijke stoffen is verstandig wanneer de eigen opslagcapaciteit ontoereikend is, een uitbreiding een langdurig omgevingsvergunningtraject vereist, of wanneer de interne kennis en middelen onvoldoende zijn om aantoonbaar compliant te blijven. Een gecertificeerde partner neemt de compliance-verantwoordelijkheid voor de opslag over, inclusief vergunningen, audits en actuele kennis van PGS 15 en ADR.
Voor veel middelgrote bedrijven is het eigen PGS 15-magazijn al snel vol. Een uitbreiding van de eigen opslagcapaciteit vraagt om een omgevingsvergunning, een aanpassing van de milieumelding en bouwtechnische aanpassingen die maanden in beslag kunnen nemen. Uitbesteden aan een gespecialiseerde logistiek dienstverlener biedt dan een directe oplossing zonder dat de eigen organisatie een volledig vergunningstraject hoeft te doorlopen.
Wij bieden vanuit de Europese Distributie Campus in Tilburg PGS 15-gecertificeerde opslagfaciliteiten met gescheiden brandcompartimenten, vloeistofdichte vloeren en 24/7 bewaking. Onze SHEQ-specialisten monitoren actief de ontwikkelingen rondom PGS 15:2025 en de Omgevingswet, zodat u als klant altijd compliant bent zonder daar zelf capaciteit voor vrij te maken. Alle chauffeurs zijn ADR-gecertificeerd en alle voertuigen zijn voorzien van de verplichte ADR-uitrusting voor het vervoeren van gevaarlijke stoffen door heel Europa.
Wilt u weten of uitbesteding van uw gevaarlijke-stoffenopslag een passende oplossing is voor uw situatie? Neem dan gerust contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek met een van onze specialisten. Of bekijk ons volledige dienstenaanbod om te zien hoe wij uw logistieke uitdagingen kunnen oplossen.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet een compliance-audit voor gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd?
Er is geen wettelijk vastgestelde frequentie, maar de gangbare praktijk is om minimaal één keer per jaar een interne audit uit te voeren. Bij wijzigingen in wet- en regelgeving — zoals de invoering van PGS 15:2025 — of bij veranderingen in de eigen bedrijfsvoering, zoals nieuwe stoffen, een uitbreiding van de opslag of personeelswisselingen, is het verstandig om tussentijds een extra audit in te plannen. Een jaarlijkse cyclus geeft u bovendien de tijd om gevonden tekortkomingen structureel op te lossen vóór een eventuele ILT-inspectie.
Wat is scenariogebaseerd werken en hoe pas ik dat toe in mijn risicobeoordelingen?
Scenariogebaseerd werken, zoals geïntroduceerd in PGS 15:2025, houdt in dat u niet langer alleen kijkt naar de aanwezige stoffen en hoeveelheden, maar ook nadenkt over realistisch te verwachten incidentscenario’s — zoals een lekkage, brand of explosie — en de maatregelen daarop afstemt. In de praktijk betekent dit dat u per opslagsituatie in kaart brengt welke scenario’s mogelijk zijn, welke gevolgen deze kunnen hebben en welke preventieve en repressieve maatregelen daarvoor nodig zijn. Voor bedrijven die nog werken met de oude aanpak is het raadzaam om een SHEQ-specialist in te schakelen die u begeleidt bij de omschakeling naar deze methode.
Wat zijn de gevolgen als mijn bedrijf niet voldoet aan PGS 15:2025 na de overgangsperiode?
Na het verstrijken van de overgangsperiode kan de ILT handhavend optreden als uw opslag niet voldoet aan PGS 15:2025. Dit kan variëren van een formele waarschuwing en een last onder dwangsom tot een tijdelijke stillegging van uw opslagactiviteiten. Naast de directe operationele schade brengt non-compliance ook reputatierisico’s met zich mee, met name richting klanten en verzekeraars die compliance als voorwaarde stellen.
Welke documenten moet ik klaar hebben liggen voor een ILT-inspectie?
Voor een ILT-inspectie dient u in ieder geval de volgende documenten direct beschikbaar te hebben: een actuele omgevingsvergunning of milieumelding, up-to-date veiligheidsbladen (conform de meest recente CLP-verordening) voor alle opgeslagen stoffen, een registratie van opslaghoeveelheden per ADR-klasse, ADR-certificaten van betrokken medewerkers en chauffeurs, vervoersdocumenten en schriftelijke instructies voor ADR-transport, en een actueel calamiteitenplan. Zorg er ook voor dat deze documenten niet alleen aanwezig zijn, maar ook vindbaar en begrijpelijk voor de medewerkers die ermee moeten werken.
Hoe ga ik om met gevaarlijke stoffen die onder meerdere regelgevingen tegelijk vallen, zoals zowel ADR als REACH?
Gevaarlijke stoffen vallen in de praktijk vaak onder meerdere regelgevingen tegelijk, en elke regeling stelt eigen eisen. ADR regelt het transport, PGS 15 de opslag, en REACH de registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen. De beste aanpak is om per stof een compleet dossier bij te houden waarin alle relevante verplichtingen per regelgeving zijn opgenomen. Een geïntegreerde SHEQ-aanpak — waarbij transport, opslag en documentatie in samenhang worden beheerd — voorkomt dat u per regelgeving opnieuw het wiel uitvindt en vermindert de kans op tegenstrijdige of ontbrekende maatregelen.
Kan ik als kleine of middelgrote onderneming een compliance-audit zelf uitvoeren, of heb ik daar een specialist voor nodig?
Een interne audit kunt u als MKB-bedrijf zelf uitvoeren, mits u beschikt over voldoende kennis van de actuele wet- en regelgeving en werkt met een gestructureerde checklijst die aansluit op PGS 15:2025 en de ADR-eisen. In de praktijk kiezen veel MKB-bedrijven er toch voor om periodiek een externe specialist in te schakelen, omdat die onafhankelijker kijkt, blinde vlekken signaleert en op de hoogte is van de meest recente interpretaties van de regelgeving. Een combinatie van een jaarlijkse externe audit en tussentijdse interne controles geeft de meeste zekerheid.
Wat moet ik doen als een tekortkoming tijdens een interne audit niet snel op te lossen is?
Als een tekortkoming structureel of kostbaar is — denk aan een bouwtechnische aanpassing van een opslagruimte of het aanvragen van een nieuwe omgevingsvergunning — is het belangrijk om de tekortkoming schriftelijk vast te leggen samen met een realistisch actieplan met mijlpalen en verantwoordelijken. Dit toont bij een eventuele ILT-inspectie aan dat u de situatie kent en actief werkt aan verbetering, wat in de praktijk meeweegt bij de beoordeling van de toezichthouder. Overweeg voor de tussenliggende periode tijdelijke compenserende maatregelen, zoals het verlagen van opslaghoeveelheden of het uitbesteden van een deel van de opslag aan een gecertificeerde partner.