Skip Navigation or Skip to Content

Vallen biociden onder PGS 15?

Sophie ·
Verzegeld industrieel vat met gevarensymbolen in opslagkooi, omringd door chemische containers op metalen stellingen in magazijn.

Ja, biociden vallen onder PGS 15. De richtlijn is expliciet van toepassing op de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, en biociden worden daarin met name als aparte categorie benoemd, naast CMR-stoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Voor bedrijven die biociden opslaan of laten opslaan, is PGS 15 daarmee de primaire referentie voor aantoonbare compliance. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over biociden en PGS 15, van definities tot samenopslag en de wijzigingen in 2025.

Welke stoffen vallen onder de definitie van biociden?

Biociden zijn werkzame stoffen en preparaten die zijn bedoeld om schadelijke organismen te bestrijden, af te weren of onschadelijk te maken. Denk aan desinfecterende middelen, rodenticiden, insecticiden en conserveringsmiddelen voor materialen. De Europese Biocidenverordening (BPR, Verordening 528/2012) onderscheidt 22 productsoorten verdeeld over vier hoofdgroepen: desinfectantia, beschermingsmiddelen, plaagbestrijdingsmiddelen en overige biociden.

In de context van opslag en transport zijn biociden relevant omdat ze vrijwel altijd ook als gevaarlijke stof zijn geclassificeerd. Een desinfectiemiddel op basis van alcohol valt onder ADR-klasse 3 (ontvlambare vloeistoffen), terwijl een chloorhoudend reinigingsproduct al snel onder klasse 8 (bijtende stoffen) of klasse 6.1 (giftige stoffen) kan vallen. De biocidale werking zegt dus iets over het gebruiksdoel, maar de ADR-classificatie bepaalt hoe de stof tijdens transport en opslag behandeld moet worden.

Belangrijk voor SHEQ-managers: een stof kan tegelijkertijd een biocide én een CMR-stof zijn. CMR staat voor carcinogeen, mutageen of reprotoxisch. In dat geval gelden aanvullende eisen bovenop de reguliere PGS 15-voorschriften.

Wat zegt PGS 15 specifiek over biociden?

PGS 15 benoemt biociden expliciet als een van de stofcategorieën waarop de richtlijn van toepassing is. Naast verpakte gevaarlijke stoffen in ADR-klassen vallen ook gewasbeschermingsmiddelen, biociden, CMR-stoffen en bepaalde afvalstoffen onder de reikwijdte van de richtlijn, ook als ze niet altijd een ADR-classificatie dragen.

Dat laatste punt is praktisch relevant: sommige biociden zijn niet als gevaarlijk goed ingedeeld voor ADR-transport, maar vallen toch onder PGS 15 vanwege hun biocidale eigenschappen of CMR-classificatie. Dit betekent dat de opslaglocatie alsnog moet voldoen aan de eisen voor brandcompartimentering, ventilatie, lekbakken en administratie zoals PGS 15 die stelt. De richtlijn fungeert daarmee als een vangnet dat verder reikt dan alleen de ADR-klassen.

Voor de dagelijkse praktijk betekent dit dat een magazijn waar biociden liggen opgeslagen altijd getoetst moet worden aan PGS 15, ongeacht of de producten een oranje bord vereisen tijdens transport. Een ILT-inspecteur zal dit onderscheid niet in uw voordeel uitleggen als de opslagvoorzieningen niet op orde zijn.

Welke ADR-klasse hebben biociden doorgaans?

Biociden hebben geen vaste ADR-klasse, omdat de classificatie afhangt van de chemische samenstelling van het specifieke product. In de praktijk vallen biociden het vaakst onder ADR-klasse 6.1 (giftige stoffen), klasse 3 (ontvlambare vloeistoffen) of klasse 8 (bijtende stoffen). Sommige biociden zijn ingedeeld in klasse 9 (diverse gevaarlijke stoffen) of zijn helemaal niet ADR-plichtig.

De juiste ADR-klasse staat vermeld op het Veiligheidsinformatieblad (VIB) van het product, sectie 14. Als SHEQ-manager doet u er verstandig aan de VIB’s van alle opgeslagen biociden te controleren en te registreren, zodat u bij een inspectie direct kunt aantonen welke stoffen aanwezig zijn en hoe ze zijn geclassificeerd. Voor het transport van gevaarlijke stoffen geldt bovendien dat de chauffeur en het voertuig moeten voldoen aan de ADR-vereisten die horen bij de klasse van het vervoerde product.

Mogen biociden samen met andere gevaarlijke stoffen worden opgeslagen?

Of biociden samen met andere gevaarlijke stoffen mogen worden opgeslagen, hangt af van hun ADR-klasse en de samenopslagtabel in PGS 15. Niet alle combinaties zijn toegestaan. Klasse 6.1-stoffen mogen bijvoorbeeld niet zonder meer worden gecombineerd met klasse 3- of klasse 8-stoffen in hetzelfde brandcompartiment, tenzij aan specifieke scheidingseisen is voldaan.

PGS 15 werkt met een samenopslagtabel die per ADR-klasse aangeeft welke combinaties zijn toegestaan, welke alleen onder voorwaarden zijn toegestaan en welke verboden zijn. Biociden die onder meerdere gevaarscategorieën vallen, moeten worden beoordeeld op basis van hun primaire en secundaire ADR-classificatie. Een biocide dat zowel giftig als ontvlambaar is, brengt een gecombineerd risicoprofiel met zich mee dat invloed heeft op de toegestane samenopslag.

In de praktijk zien we dat dit een van de meest foutgevoelige onderdelen is van PGS 15-compliance. Stoffen worden bij gebrek aan ruimte soms bij elkaar gezet zonder de samenopslagtabel te raadplegen, met als gevolg een overtreding bij een inspectie. Wie dit risico wil vermijden, kan overwegen de opslag van biociden en andere gevaarlijke stoffen uit te besteden aan een gespecialiseerde partij met gecertificeerde, gescheiden brandcompartimenten.

Wat verandert er voor biocidenopslag onder PGS 15:2025?

De herziene PGS 15:2025, vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad, introduceert een aantal wijzigingen die direct van invloed zijn op de opslag van biociden. De meest ingrijpende verandering is de overstap naar scenariogebaseerd werken: in plaats van vaste voorschriften per situatie, wordt nu gevraagd om een risicobeoordeling op basis van de specifieke opslagscenario’s die in uw situatie van toepassing zijn.

Voor biocidenopslag zijn verder de volgende wijzigingen relevant:

  • Aangescherpte brandwerendheidseisen: De eisen aan brandcompartimenten zijn verder aangescherpt, met name voor opslaglocaties waar meerdere ADR-klassen aanwezig zijn.
  • Ventilatie-eisen: Er gelden strengere eisen aan de ventilatie van opslagruimten, afhankelijk van de dampspanning en toxiciteit van de opgeslagen stoffen. Dit raakt direct biociden met vluchtige bestanddelen.
  • Documentatie en risicobeoordeling: De richtlijn vraagt om aantoonbaar inzicht in de risico’s van de specifieke stofcombinaties die aanwezig zijn, inclusief biociden en CMR-stoffen.
  • Aansluiting op de Omgevingswet: PGS 15:2025 sluit beter aan op de Omgevingswet, wat betekent dat vergunningverleners de richtlijn actiever zullen toepassen bij vergunningverlening en handhaving.

Veel bedrijven zijn in 2026 nog bezig met de implementatie van deze wijzigingen. Wie biociden opslaat en nog niet heeft getoetst of de huidige situatie voldoet aan PGS 15:2025, loopt een reëel risico bij een ILT-inspectie.

Wanneer is uitbesteding van biocidenopslag verstandig?

Uitbesteding van biocidenopslag is verstandig wanneer uw eigen opslagcapaciteit vol zit, wanneer de vergunning voor uitbreiding ontbreekt of wanneer de interne kennis en middelen niet toereikend zijn om aantoonbaar compliant te blijven met PGS 15. Voor veel middelgrote bedrijven is biocidenopslag een bijzaak die onevenredig veel compliance-inspanning vraagt.

Een gespecialiseerde logistiek dienstverlener met PGS 15-gecertificeerde opslagfaciliteiten neemt niet alleen de fysieke opslag over, maar ook een groot deel van de compliance-verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Denk aan correcte labeling, samenopslagsegregatie, lekbakken, brandcompartimentering en actuele documentatie. Dat is precies het type ontzorging dat waardevol is voor een SHEQ-manager die meerdere verantwoordelijkheden combineert.

Bij Versteijnen beschikken we over PGS 15-ingerichte opslagfaciliteiten op de Europese Distributie Campus in Tilburg, met gescheiden brandcompartimenten, vloeistofdichte vloeren en ADR-gecertificeerde chauffeurs voor het transport. We werken actief met de relevante ADR-klassen en monitoren de ontwikkelingen rondom PGS 15:2025, zodat uw opslag compliant blijft zonder dat u daar zelf continu tijd in hoeft te steken. Wilt u weten of uitbesteding in uw situatie de juiste stap is? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Frequently Asked Questions

Hoe weet ik of mijn biocide ook als CMR-stof is geclassificeerd?

De CMR-classificatie van een stof vindt u in sectie 11 (toxicologische informatie) van het Veiligheidsinformatieblad (VIB). Zoek specifiek naar de H-zinnen H340, H341 (mutageen), H350, H351 (carcinogeen) en H360, H361 (reprotoxisch). Als één of meer van deze H-zinnen van toepassing zijn, heeft u te maken met een stof die zowel een biocide als een CMR-stof is, wat aanvullende opslagreisen onder PGS 15 met zich meebrengt.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken bij de opslag van biociden onder PGS 15?

De meest voorkomende fouten zijn: het niet raadplegen van de samenopslagtabel bij het plaatsen van biociden naast andere gevaarlijke stoffen, het ontbreken van actuele VIB’s in de opslagruimte, onvoldoende of onjuist gedimensioneerde lekbakken, en het niet herkennen dat een biocide zonder ADR-classificatie toch onder PGS 15 valt. Een andere veelgemaakte fout is dat de registratie van opgeslagen hoeveelheden niet up-to-date wordt bijgehouden, terwijl dit bij een ILT-inspectie direct wordt opgevraagd.

Hoe pak ik een PGS 15-compliance check voor mijn biocidenopslag praktisch aan?

Begin met het inventariseren van alle biociden die u opslaat en verzamel de bijbehorende, actuele VIB’s. Noteer per product de ADR-klasse (sectie 14 VIB), de CMR-classificatie (sectie 11 VIB) en de maximale opslaghoeveelheid. Toets vervolgens de fysieke opslagsituatie aan de PGS 15-eisen voor brandcompartimentering, ventilatie, lekbakken en samenopslag. Als u twijfelt, is het raadzaam een gespecialiseerde partij of een PGS 15-adviseur in te schakelen voor een formele gap-analyse.

Geldt PGS 15 ook als ik slechts kleine hoeveelheden biociden opsla?

Ja, PGS 15 kent geen algemene vrijstelling op basis van kleine hoeveelheden voor biociden. Wel zijn er drempelwaarden per ADR-klasse die bepalen welk niveau van voorzieningen vereist is; kleinere hoeveelheden kunnen soms onder een verlicht regime vallen. Biociden die tevens CMR-stoffen zijn, kennen echter strengere drempelwaarden. Controleer altijd de specifieke hoeveelheidsdrempels in PGS 15 voor de relevante ADR-klasse van uw product.

Moet ik mijn vergunning aanpassen nu PGS 15:2025 van kracht is?

Dat hangt af van uw huidige vergunningsituatie en de aard van de wijzigingen in PGS 15:2025. In veel gevallen geldt PGS 15:2025 als de nieuwe stand der techniek, waarnaar vergunningverleners en handhavers zoals de ILT zullen verwijzen bij nieuwe vergunningaanvragen en inspecties. Als uw huidige vergunning verwijst naar een eerdere versie van PGS 15, is het verstandig om bij uw omgevingsdienst of bevoegd gezag na te vragen of en wanneer actualisatie vereist is.

Wat moet er minimaal aanwezig zijn in een PGS 15-conforme opslagruimte voor biociden?

Een PGS 15-conforme opslagruimte voor biociden voldoet minimaal aan de eisen voor brandcompartimentering (inclusief de vereiste brandwerendheid van wanden en deuren), mechanische of natuurlijke ventilatie afgestemd op de eigenschappen van de opgeslagen stoffen, vloeistofdichte vloeren met voldoende lekbakcapaciteit, en duidelijke gevaarsaanduidingen bij de toegang. Daarnaast moet er een actueel register zijn van alle aanwezige stoffen met de bijbehorende VIB’s, en moeten medewerkers aantoonbaar geïnstrueerd zijn over de risico’s en noodprocedures.

Kan ik als SHEQ-manager aansprakelijk worden gesteld als de biocidenopslag niet voldoet aan PGS 15?

Als SHEQ-manager draagt u een significante verantwoordelijkheid voor de naleving van wet- en regelgeving rondom gevaarlijke stoffen, waaronder PGS 15. Bij een overtreding kan de aansprakelijkheid zowel bij de organisatie als bij de verantwoordelijke functionaris worden gelegd, afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid en de interne taakverdeling. Het is daarom essentieel om niet alleen de opslagsituatie op orde te hebben, maar ook aantoonbaar te maken dat u actief toezicht houdt, risico’s beoordeelt en afwijkingen tijdig signaleert en corrigeert.

Related Articles