Skip Navigation or Skip to Content

Hoe sluit PGS 15 aan op de Omgevingswet?

Sophie ·
Veiligheidsinspecteur in magazijn controleert nalevingsdocumenten op klembord bij gevaarlijke stoffen opslag, gekleed in helm en veiligheidsvest.

PGS 15:2025 sluit op de Omgevingswet aan doordat de richtlijn is herschreven als een scenario-gebaseerd kader dat direct koppelt aan de vergunningslogica van de Omgevingswet. Waar de oude PGS 15 werkte met vaste technische voorschriften, vertaalt de nieuwe versie risico’s naar concrete situaties waarvoor bedrijven zelf aantoonbaar moeten laten zien dat ze beheerst te werk gaan. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over wat dit in de praktijk betekent voor opslag, vergunningen en ADR-transport.

Wat verandert er in PGS 15:2025 ten opzichte van de vorige versie?

PGS 15:2025 introduceert scenario-gebaseerd werken als centrale aanpak, vervangt een groot deel van de vaste voorschriften door prestatie-eisen en scherpt de regels aan voor brandwerendheid en ventilatie. Bedrijven moeten voortaan per opslagsituatie aantonen welke risico’s aanwezig zijn en hoe die worden beheerst, in plaats van simpelweg een standaardchecklist te volgen.

De definitieve versie is vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad en sluit bewust aan op de systematiek van de Omgevingswet. Concreet betekent dit dat de documentatievereisten zijn aangescherpt: een risicobeoordeling per scenario is nu verplicht, en die beoordeling moet actueel worden gehouden. Brandcompartimentering en ventilatie-eisen zijn niet alleen technisch aangescherpt, maar ook functioneel beschreven. Dat wil zeggen dat het resultaat telt, niet alleen de aanwezigheid van een installatie.

Voor SHEQ-managers die al vertrouwd waren met de vorige versie is de grootste verandering de verschuiving van “wat heb je” naar “wat kun je aantonen”. Wie zijn opslag laat uitvoeren door een externe partner, moet ook van die partner kunnen laten zien dat de risico’s aantoonbaar beheerst worden.

Hoe vervangt de Omgevingswet de vroegere vergunningssystematiek voor gevaarlijke stoffen?

De Omgevingswet heeft de vroegere Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit samengevoegd in één overkoepelend stelsel. Voor de opslag van gevaarlijke stoffen betekent dit dat de omgevingsvergunning voor milieu is opgegaan in de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, en dat PGS-richtlijnen als erkende beoordelingsmaatstaf gelden bij de vergunningverlening.

Praktisch gezien werkt de Omgevingswet met het begrip “milieubelastende activiteit”. Als de opslag van gevaarlijke stoffen boven bepaalde drempelwaarden uitkomt, valt die activiteit onder vergunningplicht. De bevoegde gezagen, doorgaans de gemeente of de omgevingsdienst, toetsen aanvragen aan de PGS-richtlijnen als referentiekader. PGS 15:2025 is daarbinnen de actuele norm voor verpakte gevaarlijke stoffen.

Een belangrijk verschil met het oude stelsel is dat de Omgevingswet meer ruimte biedt voor maatwerk, maar tegelijkertijd meer eigen verantwoordelijkheid bij het bedrijf legt. De overheid stelt het doel, het bedrijf moet aantonen hoe het dat doel bereikt. Dat vergroot de flexibiliteit, maar verhoogt ook de bewijslast bij een inspectie.

Welke ADR-klassen vallen onder de PGS 15-richtlijn?

PGS 15 is van toepassing op de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen uit vrijwel alle ADR-klassen, waaronder klasse 2 (gassen), klasse 3 (ontvlambare vloeistoffen), klasse 4 (ontvlambare vaste stoffen), klasse 5 (oxiderende stoffen), klasse 6 (giftige en infectueuze stoffen), klasse 8 (bijtende stoffen) en klasse 9 (diverse gevaarlijke stoffen). Daarnaast vallen CMR-stoffen, afvalstoffen, gewasbeschermingsmiddelen en biociden onder de werkingssfeer van de richtlijn.

Niet elke klasse mag zonder meer naast een andere worden opgeslagen. De samenopslagtabel in PGS 15 bepaalt welke combinaties zijn toegestaan, onder welke voorwaarden en met welke scheidingsmaatregelen. Klasse 3 en klasse 8 zijn een bekend voorbeeld van stoffen die niet zonder meer naast elkaar mogen staan vanwege het risico op gevaarlijke reacties bij lekkage of brand.

Het correct toepassen van de samenopslagregels is een van de meest voorkomende aandachtspunten bij ILT-inspecties. Een kleine fout in de indeling van een opslagvak kan al leiden tot een overtreding, ook als alle andere voorzieningen op orde zijn. Juist daarom is specifieke kennis van de ADR-klassen en de bijbehorende opslagregels onmisbaar bij het inrichten van een PGS 15-magazijn.

Wat zijn de gevolgen als een bedrijf niet voldoet aan PGS 15?

Een bedrijf dat niet voldoet aan PGS 15 riskeert bij een ILT-inspectie een formele overtreding, die kan leiden tot een last onder dwangsom, een tijdelijke stillegging van de opslagactiviteiten of een intrekking van de omgevingsvergunning. Naast de directe operationele schade brengt een overtreding ook reputatieschade mee en kan het gevolgen hebben voor verzekeringsdekking.

De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert actief op naleving van PGS-richtlijnen, zowel bij gepland toezicht als bij incidentonderzoek. Overtredingen worden geregistreerd en kunnen doorwerken in toekomstige vergunningstrajecten. Voor bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen is non-compliance daarmee geen tijdelijk probleem, maar een risico met langdurige gevolgen.

Een vaak onderschat gevolg is de aansprakelijkheid bij incidenten. Als bij een brand of lekkage blijkt dat de opslag niet voldeed aan PGS 15, kan dat de aansprakelijkheidspositie van het bedrijf aanzienlijk verzwaren, ook richting omwonenden, afnemers en ketenpartners.

Wanneer is een omgevingsvergunning vereist voor PGS 15-opslag?

Een omgevingsvergunning voor de opslag van gevaarlijke stoffen is vereist zodra de hoeveelheden boven de drempelwaarden uitkomen die zijn vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving. De exacte grens verschilt per stofcategorie en ADR-klasse, maar als vuistregel geldt dat professionele opslag van verpakte gevaarlijke stoffen in grotere hoeveelheden vrijwel altijd vergunningplichtig is.

Het aanvragen van een omgevingsvergunning is een tijdrovend traject. Afhankelijk van de complexiteit en de betrokken bevoegde gezagen kan de doorlooptijd oplopen tot zes maanden of meer. Bedrijven die hun opslagcapaciteit willen uitbreiden, lopen daardoor al snel aan tegen een periode van onzekerheid.

Een praktische uitweg is het uitbesteden van de opslag aan een externe partner die al over de benodigde vergunningen beschikt. Zo hoeft het bedrijf zelf geen vergunningtraject te doorlopen en kan het direct opschalen. Wij beschikken vanuit de Europese Distributie Campus in Tilburg over PGS 15-gecertificeerde opslagfaciliteiten met de vereiste vergunningen, zodat klanten zonder vertraging kunnen starten of uitbreiden. Wil je weten wat dit voor jouw situatie betekent? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Hoe kiest een bedrijf een externe opslagpartner die voldoet aan PGS 15?

Een externe opslagpartner die voldoet aan PGS 15 beschikt aantoonbaar over de juiste omgevingsvergunning, werkt met gescheiden brandcompartimenten per stofcategorie, heeft vloeistofdichte vloeren en lekbakken op orde en kan bij een inspectie actuele documentatie overleggen over risicobeoordeling en samenopslagregelingen. Vraag altijd naar de vergunning zelf, niet alleen naar een certificaat.

Technische en operationele criteria

Controleer of de faciliteit beschikt over de juiste brandwerende scheidingen, adequate ventilatie conform de nieuwe PGS 15:2025-eisen en een werkend detectie- en blussysteem dat aansluit op de opgeslagen stofklassen. Voor gevaarlijke stoffen die ook vervoerd worden, is het belangrijk dat de partner ook voor het ADR-transport volledig gecertificeerd is: ADR-gecertificeerde chauffeurs, voertuigen met de juiste uitrusting en correcte vrachtdocumentatie.

Compliance en kennisborging

Een goede partner volgt de ontwikkelingen rond PGS-richtlijnen en de Omgevingswet actief en vertaalt die naar de eigen operatie. Vraag hoe de partner omgaat met wijzigingen in wet- en regelgeving en of er interne SHEQ-expertise aanwezig is. Voor bedrijven die zelf geen fulltime gevaarlijke-stoffenspecialist hebben, is een partner met aantoonbare compliance-kennis geen luxe maar een noodzaak.

Kijk ook naar de praktische samenwerking: kan de partner meedenken over samenopslagvraagstukken, levert hij actuele rapportages aan en is hij bereikbaar als er vragen zijn rondom documentatie of incidentmeldingen? Een logistieke partner die gevaarlijke stoffen vervoeren en opslaan als specialisme beschouwt, gedraagt zich als een verlengstuk van de eigen SHEQ-functie, niet als een leverancier die palletplaatsen verhuurt.

Frequently Asked Questions

Hoe begin ik met het opstellen van een risicobeoordeling per scenario zoals PGS 15:2025 vereist?

Begin met een inventarisatie van alle gevaarlijke stoffen die je opslaat, inclusief hun ADR-klasse, hoeveelheid en opslaglocatie. Beschrijf per stof of stofcombinatie de reële scenario’s die kunnen optreden, zoals lekkage, brand of een gevaarlijke reactie bij samenopslag, en koppel daar concrete beheersmaatregelen aan. Schakel bij twijfel een externe SHEQ-specialist in: de risicobeoordeling moet niet alleen volledig zijn, maar ook aantoonbaar actueel worden gehouden bij elke wijziging in je opslag.

Wat moet ik doen als mijn huidige opslagsituatie nog is ingericht op de oude PGS 15?

Voer eerst een gap-analyse uit tussen je huidige situatie en de eisen van PGS 15:2025, met specifieke aandacht voor de nieuwe prestatie-eisen rond brandcompartimentering, ventilatie en documentatie. Breng je risicobeoordeling per scenario op orde en controleer of je samenopslagtabel nog actueel is. Stem vervolgens af met je bevoegd gezag (gemeente of omgevingsdienst) of er een aanpassing van je omgevingsvergunning nodig is, zodat je niet onbedoeld in een niet-vergunde situatie terechtkomt.

Hoe vaak moet de risicobeoordeling onder PGS 15:2025 worden geactualiseerd?

PGS 15:2025 schrijft voor dat de risicobeoordeling actueel moet zijn, wat in de praktijk betekent dat je deze herziet bij elke relevante wijziging in de opslag, zoals nieuwe stoffen, gewijzigde hoeveelheden, aanpassingen aan de infrastructuur of veranderingen in wet- en regelgeving. Daarnaast is een periodieke review verstandig, doorgaans minimaal één keer per jaar, ook als er geen directe aanleiding is. Bij een ILT-inspectie wordt de actualiteit van de documentatie actief gecontroleerd, dus een verouderde beoordeling telt als een tekortkoming.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken bij de inrichting van een PGS 15-magazijn?

De meest voorkomende fouten zijn onjuiste toepassing van de samenopslagtabel (zoals klasse 3 en klasse 8 zonder de vereiste scheiding), onvolledige of verouderde risicobeoordeling, en het ontbreken van actuele vergunningsdocumentatie die bij een inspectie direct beschikbaar moet zijn. Een andere veelgemaakte fout is het installeren van technische voorzieningen zoals ventilatie of detectie zonder te controleren of deze functioneel voldoen aan de prestatie-eisen van PGS 15:2025. Het gaat immers niet om de aanwezigheid van een installatie, maar om het aantoonbare resultaat.

Heeft de invoering van de Omgevingswet gevolgen voor mijn bestaande omgevingsvergunning voor gevaarlijke-stoffenopslag?

Bestaande vergunningen die zijn verleend onder het oude stelsel (Wet milieubeheer / Activiteitenbesluit) zijn van rechtswege overgegaan naar de Omgevingswet en blijven in principe geldig. Toch is het verstandig om te controleren of de voorschriften in je vergunning nog aansluiten op de actuele PGS 15:2025-eisen, want bij een wijziging of uitbreiding van je activiteiten toetst het bevoegd gezag aan de huidige normen. Neem bij twijfel contact op met je omgevingsdienst om te bevestigen of een actualisatie van je vergunning noodzakelijk is.

Kan ik als klein of middelgroot bedrijf ook gebruikmaken van de flexibiliteitsruimte die de Omgevingswet biedt?

Ja, de Omgevingswet biedt ruimte voor maatwerk, maar dat maatwerk moet je als bedrijf zelf onderbouwen met een gedegen risicobeoordeling en aantoonbare beheersmaatregelen. Voor kleinere bedrijven zonder interne SHEQ-expertise kan dat een uitdaging zijn, omdat de bewijslast volledig bij het bedrijf ligt. Een praktische oplossing is samenwerken met een externe opslagpartner of SHEQ-adviseur die de onderbouwing voor je kan opstellen en bewaken.

Wat is het verschil tussen een PGS 15-certificaat en een omgevingsvergunning, en welke heb ik nodig?

Een omgevingsvergunning is een wettelijk vereist besluit van het bevoegd gezag dat toestemming geeft voor de opslag van gevaarlijke stoffen boven de drempelwaarden; zonder deze vergunning mag je de activiteit simpelweg niet uitvoeren. Een PGS 15-certificaat is geen wettelijk verplicht document, maar een aanduiding dat een faciliteit of partner aantoonbaar werkt conform de PGS 15-richtlijn. Bij het kiezen van een externe opslagpartner is de omgevingsvergunning het meest bepalende document: vraag altijd de vergunning zelf op en controleer of de vergunde activiteiten overeenkomen met jouw opslagbehoefte.

Related Articles