Onder PGS 15:2025 gelden brandwerendheidseisen van minimaal 60 minuten (WBDBO 60) voor opslagruimten met verpakte gevaarlijke stoffen, oplopend tot 120 minuten voor grotere of risicovollere compartimenten. Welke specifieke eis van toepassing is, hangt af van het scenario dat volgt uit de verplichte risicobeoordeling voor jouw opslagsituatie. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over brandwerendheid binnen PGS 15:2025, zodat je precies weet waar je aan toe bent.
Wat verandert er aan brandwerendheid in PGS 15:2025?
PGS 15:2025 verscherpt de brandwerendheidseisen op twee fronten: de minimale weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) is op meerdere punten verhoogd, en de manier waarop je die eis bepaalt, is fundamenteel veranderd. Waar de vorige versie werkte met vaste tabellen, schrijft de nieuwe richtlijn een scenario-gebaseerde aanpak voor. Je bepaalt eerst welke scenario’s realistisch zijn voor jouw opslag, en de uitkomst van die analyse stuurt de brandwerendheidseis.
Concreet betekent dit dat je niet langer kunt volstaan met het opzoeken van een standaardwaarde. De aangescherpte regels raken ook de praktijk rondom ventilatie, lekbakken en de scheiding tussen ADR-klassen. Voor SHEQ-managers die werken met meerdere gevarenklassen tegelijk, zoals ADR-klasse 3 en klasse 8, zijn de gevolgen direct voelbaar: samenopslag vereist nu een expliciete risicobeoordeling die ook de brandwerendheid van scheidingswanden meeneemt.
Welke brandwerendheidsklassen gelden voor PGS 15-opslagruimten?
PGS 15:2025 hanteert twee primaire brandwerendheidsklassen voor opslagruimten: WBDBO 60 (60 minuten) en WBDBO 120 (120 minuten). De klasse van 60 minuten geldt als basiseis voor de meeste PGS 15-opslagsituaties. De strengere eis van 120 minuten is verplicht bij grotere opslagoppervlakken, hogere hoeveelheden gevaarlijke stoffen of wanneer de risicobeoordeling aantoont dat een kortere weerstand onvoldoende bescherming biedt.
Naast de scheidingswanden tussen brandcompartimenten gelden deze klassen ook voor de constructieve elementen van de opslagruimte zelf, zoals vloeren en daken die grenzen aan andere gebruiksfuncties. Het is dus niet alleen de muur tussen twee opslagcellen die aan de eis moet voldoen, maar het gehele brandcompartiment als bouwkundige eenheid.
Hoe werkt scenario-gebaseerde risicobeoordeling voor brandwerendheid?
Scenario-gebaseerde risicobeoordeling houdt in dat je voor jouw specifieke opslagsituatie de meest realistische brandscenario’s in kaart brengt en op basis daarvan de benodigde brandwerendheid bepaalt. Je begint met het identificeren van de aanwezige stoffen, hun hoeveelheden, de opslagconfiguratie en de nabijgelegen risico’s. Vervolgens beoordeel je per scenario wat de gevolgen zijn bij een brand en welke brandwerendheid nodig is om uitbreiding te voorkomen.
In de praktijk werk je daarbij met de volgende stappen:
- Inventariseer alle aanwezige ADR-klassen en CMR-stoffen in de opslagruimte.
- Breng de samenopslagbeperkingen in kaart op basis van de geldende compatibiliteitstabellen.
- Identificeer de maatgevende brandscenario’s, inclusief worst-case situaties.
- Bepaal per scenario de vereiste WBDBO-klasse voor scheidingswanden en constructiedelen.
- Leg de onderbouwing vast in de documentatie die beschikbaar moet zijn bij een ILT-inspectie.
De documentatie van deze beoordeling is geen formaliteit. Bij een inspectie moet je kunnen aantonen dat de gekozen brandwerendheid gebaseerd is op een onderbouwde analyse, niet op een aanname.
Wat zijn de eisen voor brandwerende deuren en doorvoeringen?
Brandwerende deuren in PGS 15-opslagruimten moeten dezelfde WBDBO-klasse hebben als de scheidingswand waarin ze zijn opgenomen. Een deur in een 60-minutenwand moet dus zelf ook 60 minuten brandwerend zijn, inclusief het kozijn en de sluitingsmechanismen. Zelfsluitende deuren zijn verplicht: een brandwerende deur die open blijft staan, biedt geen enkele bescherming.
Voor doorvoeringen, denk aan leidingen voor vloeistoffen, gassen of elektra die door een brandwerende wand lopen, geldt dat ze de brandwerendheid van die wand niet mogen aantasten. Dit wordt opgelost met gecertificeerde brandwerende manchetten of mortel die bij verhitting opzwellen en de doorvoering afsluiten. Een veelgemaakte fout is het later aanbrengen van extra leidingen zonder deze doorvoeringen correct af te dichten. Bij een inspectie zijn dat precies de punten die direct opvallen.
Wanneer is een aparte brandcompartimentering verplicht?
Een aparte brandcompartimentering is verplicht zodra de hoeveelheid opgeslagen gevaarlijke stoffen de drempelwaarden uit PGS 15:2025 overschrijdt, of wanneer de risicobeoordeling aantoont dat de aanwezige stoffen bij brand een onaanvaardbaar risico vormen voor aangrenzende ruimten of functies. Ook samenopslag van incompatibele ADR-klassen vereist fysieke scheiding door middel van een brandwerend compartiment.
Concreet betekent dit dat stoffen die bij brand gevaarlijk kunnen reageren, zoals oxiderende stoffen naast brandbare vloeistoffen, niet in hetzelfde brandcompartiment mogen staan. Daarnaast geldt een aparte compartimenteringsplicht wanneer de opslagruimte grenst aan kantoren, productieruimten of andere bezette gebieden. De grenswaarden zijn afhankelijk van de gevarenklasse en de verpakkingsgroep van de opgeslagen stoffen.
Hoe controleer je of een bestaand magazijn nog voldoet aan PGS 15:2025?
Je controleert een bestaand magazijn op PGS 15:2025-conformiteit door een gestructureerde gap-analyse uit te voeren langs vier aandachtsgebieden: brandwerendheid van de constructie, ventilatie en detectie, samenopslagregels en documentatie. Begin met de bouwkundige elementen: zijn de scheidingswanden en deuren gecertificeerd voor de vereiste WBDBO-klasse, en zijn alle doorvoeringen correct afgedicht?
Vervolgens controleer je of de ventilatie voldoet aan de aangescherpte eisen uit de nieuwe richtlijn, of de vloeistofdichte lekbakken de juiste capaciteit hebben en of de opslagconfiguratie nog aansluit op de samenopslagbeperkingen. Tot slot beoordeel je de documentatie: is de risicobeoordeling actueel, zijn de scenario’s gedocumenteerd en zijn de vergunningen nog in lijn met de feitelijke situatie?
Als je merkt dat je eigen PGS 15-opslagcapaciteit onvoldoende is of dat een verbouwing een langdurig vergunningstraject vereist, is uitbesteden aan een gecertificeerde partner een reële optie. Bij Versteijnen beschikken we over PGS 15-conforme opslagfaciliteiten met gescheiden brandcompartimenten, vloeistofdichte vloeren en SHEQ-specialisten die de richtlijn actief monitoren. Wil je weten of jouw opslagsituatie aansluit bij wat wij kunnen bieden? Neem dan contact op voor een vrijblijvend gesprek.
Veelgestelde vragen
Geldt PGS 15:2025 ook voor kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen in een bedrijfspand?
Ja, PGS 15:2025 is ook van toepassing op kleinere opslaghoeveelheden, maar de specifieke eisen zijn afhankelijk van de drempelwaarden per ADR-klasse en verpakkingsgroep. Onder bepaalde drempelwaarden gelden verlichte eisen of volstaat een eenvoudigere risicobeoordeling. Het is verstandig om altijd te controleren of jouw opgeslagen hoeveelheden boven of onder de relevante drempelwaarden vallen, zodat je niet onnodig investeert in zwaardere maatregelen of — omgekeerd — te licht uitgerust bent.
Wat gebeurt er als mijn bestaande opslagruimte niet voldoet aan de nieuwe brandwerendheidseisen van PGS 15:2025?
Als uit een gap-analyse blijkt dat je huidige situatie niet voldoet, heb je in principe twee opties: de ruimte bouwkundig aanpassen of de opslag (tijdelijk) uitbesteden aan een gecertificeerde partij. Bouwkundige aanpassingen, zoals het vervangen van deuren of het aanbrengen van brandwerende manchetten bij doorvoeringen, vereisen vaak een omgevingsvergunning en kunnen tijd kosten. Zorg er in elk geval voor dat je de non-conformiteit schriftelijk vastlegt en een actieplan opstelt, zodat je bij een ILT-inspectie kunt aantonen dat je actief werkt aan herstel.
Hoe vaak moet de risicobeoordeling voor brandwerendheid worden herzien?
De risicobeoordeling moet worden herzien zodra er een relevante wijziging optreedt in de opslagsituatie, zoals een verandering in de opgeslagen stoffen, hoeveelheden, opslagconfiguratie of aangrenzende ruimten. Daarnaast is het verstandig om de beoordeling periodiek — minimaal jaarlijks — te toetsen aan actuele wet- en regelgeving, zeker nu PGS 15:2025 recent is herzien. Een verouderde risicobeoordeling die niet meer aansluit op de werkelijke situatie is bij een ILT-inspectie een direct aandachtspunt.
Mogen brandwerende wanden van prefab- of sandwichpanelen worden gemaakt, of is traditioneel metselwerk vereist?
Prefab- en sandwichpanelen zijn toegestaan, mits ze beschikken over een geldig certificaat of testrapport waaruit blijkt dat ze de vereiste WBDBO-klasse (60 of 120 minuten) halen. De materiaalsoort is niet doorslaggevend; de gecertificeerde brandwerendheid van het complete systeem — inclusief verbindingen, kozijnen en doorvoeringen — is dat wel. Vraag bij de leverancier altijd de relevante brandclassificatiedocumenten op en bewaar deze als onderdeel van je PGS 15-documentatie.
Wat is het verschil tussen WBDBO en de brandreactie van een materiaal, en welke is relevant voor PGS 15?
WBDBO (Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag) meet hoe lang een constructiedeel voorkomt dat brand zich uitbreidt van het ene naar het andere compartiment — dit is de relevante maatstaf voor PGS 15-opslagruimten. Brandreactie (zoals Euroklasse A t/m F) beschrijft hoe een materiaal zelf bijdraagt aan een brand, bijvoorbeeld hoe snel het vlam vat of rookgassen produceert. Beide aspecten spelen een rol in de totale brandveiligheid, maar voor de compartimenteringseisen in PGS 15:2025 is de WBDBO-klasse van de scheidingsconstructie leidend.
Welke rol speelt de brandweer of omgevingsdienst bij de beoordeling van mijn PGS 15-opslagruimte?
De omgevingsdienst beoordeelt bij vergunningverlening of jouw opslagsituatie voldoet aan de eisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de bijbehorende PGS-richtlijnen, waaronder PGS 15:2025. De brandweer kan in dat proces worden geraadpleegd voor advies over brandveiligheid en bereikbaarheid. De ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport) houdt toezicht op de naleving en kan onaangekondigd inspecteren; zorg er dus voor dat je risicobeoordeling en documentatie te allen tijde up-to-date en beschikbaar zijn.
Zijn er specifieke certificeringseisen voor de aannemer of installateur die de brandwerende constructies aanlegt?
PGS 15:2025 schrijft niet expliciet voor dat een aannemer gecertificeerd moet zijn, maar in de praktijk is het sterk aan te raden om te werken met partijen die aantoonbare ervaring hebben met brandwerende constructies en die de juiste productcertificaten kunnen overleggen. Voor specifieke onderdelen, zoals brandwerende manchetten en doorvoeringen, is installatie conform de productcertificering verplicht om de WBDBO-klasse te garanderen. Vraag altijd om een opleverdossier met de gebruikte certificaten, zodat je bij een inspectie kunt bewijzen dat de constructie correct is uitgevoerd.