Skip Navigation or Skip to Content

Welke ADR-klassen mogen niet samen worden opgeslagen?

t.vanhoek ·
Magazijnopslag met kleurgecodeerde gevaarlijke stoffen: rode brandbare drums gescheiden van witte bijtende containers door veiligheidstape.

ADR-klassen die niet samen opgeslagen mogen worden, zijn onder andere klasse 3 (ontvlambare vloeistoffen) en klasse 8 (bijtende stoffen) in combinatie met oxiderende stoffen uit klasse 5.1. De exacte regels voor samenopslag van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in PGS 15 en het ADR-verdrag, en zijn in 2025 aangescherpt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over samenopslagregels, de nieuwe PGS 15:2025 en wat de ILT controleert.

Wat zijn de wettelijke regels voor samenopslag van gevaarlijke stoffen?

De wettelijke regels voor samenopslag van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in de PGS 15-richtlijn en het ADR-verdrag. PGS 15 beschrijft welke ADR-klassen wel en niet samen opgeslagen mogen worden in een gebouw of opslagruimte. De richtlijn geldt voor verpakte gevaarlijke stoffen, CMR-stoffen, afvalstoffen, gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

De wettelijke basis ligt in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan, zijn verplicht een omgevingsvergunning aan te vragen zodra bepaalde drempelwaarden worden overschreden. PGS 15 fungeert daarbij als erkende richtlijn: wie aantoonbaar voldoet aan PGS 15, voldoet in principe ook aan de wettelijke eisen. Wie de richtlijn negeert, riskeert niet alleen een boete, maar ook stillegging van de opslag door de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Voor het transport van gevaarlijke stoffen gelden aanvullende regels vanuit het ADR-verdrag, dat internationaal van toepassing is op het wegvervoer van gevaarlijke goederen door heel Europa.

Welke ADR-klassen zijn onderling onverenigbaar?

Niet alle ADR-klassen mogen samen worden opgeslagen. De meest kritieke combinaties om te vermijden zijn oxiderende stoffen (klasse 5.1) samen met ontvlambare vloeistoffen (klasse 3), en explosieve stoffen (klasse 1) samen met vrijwel alle andere klassen. Bijtende stoffen (klasse 8) mogen in veel gevallen ook niet direct naast ontvlambare of giftige stoffen staan.

Een overzicht van veelvoorkomende onverenigbare combinaties:

  • Klasse 1 (explosieven) mag niet samen met klasse 3, 4, 5 of 8
  • Klasse 3 (ontvlambare vloeistoffen) mag niet samen met klasse 5.1 (oxiderend)
  • Klasse 5.1 (oxiderende stoffen) mag niet samen met klasse 3, 4.1, 4.2 of 4.3
  • Klasse 6.1 (giftige stoffen) mag niet samen met levensmiddelen of diervoeder
  • Klasse 8 (bijtende stoffen) mag niet samen met klasse 3 of klasse 6.1 zonder scheidingsmaatregelen

De reden achter deze verboden is chemische onverenigbaarheid: bij contact of bij een incident kunnen twee onverenigbare stoffen reageren en brand, explosie of giftige dampen veroorzaken. Dit maakt de juiste scheiding niet alleen een compliance-kwestie, maar letterlijk een veiligheidskwestie voor mens en omgeving.

Hoe werkt de samenopslagtabel uit PGS 15?

De samenopslagtabel uit PGS 15 is een matrix die per ADR-klasse aangeeft of samenopslag is toegestaan, verboden of alleen toegestaan onder bepaalde voorwaarden. De tabel gebruikt drie categorieën: toegestaan, niet toegestaan, en toegestaan mits gescheiden opgeslagen. Elke combinatie van klassen heeft een eigen cel in de matrix.

De tabel werkt als volgt: je zoekt de eerste ADR-klasse op in de rij en de tweede in de kolom. Het kruispunt van die twee geeft de toegestane situatie. Een groen vakje betekent dat samenopslag zonder aanvullende maatregelen is toegestaan. Een rood vakje betekent een absoluut verbod. Een oranje of geel vakje betekent dat samenopslag alleen mag als aan aanvullende eisen wordt voldaan, zoals een fysieke scheiding, een aparte lekbak of een brandwerende wand.

Belangrijk: de tabel kijkt naar ADR-klassen, maar ook naar subklassen en verpakkingsgroepen. Klasse 3 omvat bijvoorbeeld zowel licht ontvlambare vloeistoffen (verpakkingsgroep I) als minder vluchtige varianten (verpakkingsgroep III), en die kunnen onderling ook andere eisen hebben. Wie de tabel verkeerd leest of een subklasse over het hoofd ziet, loopt het risico op een overtreding.

Wat verandert er aan samenopslag onder de nieuwe PGS 15:2025?

Onder PGS 15:2025, vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad, verschuift de aanpak van samenopslag naar scenariogebaseerd werken. Dat betekent dat bedrijven niet langer alleen naar de klasse van een stof kijken, maar ook naar de specifieke gevaarseigenschappen en de meest realistische incidentscenario’s. Dit maakt de beoordeling nauwkeuriger, maar ook complexer.

De belangrijkste wijzigingen die direct raken aan samenopslag zijn:

  • Aangescherpte brandwerendheidseisen voor scheidingswanden tussen onverenigbare stoffen
  • Strengere ventilatie-eisen in ruimten waar vluchtige of giftige stoffen zijn opgeslagen
  • Uitgebreidere risicobeoordeling per opslagcombinatie, inclusief documentatieplicht
  • Betere aansluiting op de Omgevingswet, waardoor vergunningverleners de richtlijn directer kunnen toepassen

Voor bedrijven die nog werken volgens de oude PGS 15-versie, betekent dit dat bestaande opslagsituaties opnieuw beoordeeld moeten worden. Wie gevaarlijke stoffen opslaat en nog niet heeft getoetst aan PGS 15:2025, loopt in 2026 een reëel risico bij een inspectie.

Wanneer is een aparte opslagruimte of lekbak verplicht?

Een aparte opslagruimte is verplicht zodra twee of meer onverenigbare ADR-klassen in hetzelfde gebouw worden opgeslagen. Een lekbak is verplicht bij alle vloeistoffen die bij lekkage schade kunnen veroorzaken aan de bodem of het riool, en bij alle stoffen waarvoor PGS 15 dit expliciet voorschrijft. Dit geldt ongeacht de hoeveelheid.

Concreet geldt een lekbak als verplicht bij:

  • Vloeistoffen in klasse 3, 6.1 en 8
  • Stoffen die als milieugevaarlijk zijn geclassificeerd
  • CMR-stoffen in vloeibare vorm
  • Gewasbeschermingsmiddelen en biociden

De lekbak moet groot genoeg zijn om de inhoud van de grootste verpakking plus 10% van de totale opslagcapaciteit op te vangen. Bij onverenigbare stoffen geldt bovendien dat ze niet in dezelfde lekbak mogen staan, omdat een lekkage anders alsnog tot een gevaarlijke reactie kan leiden. Een aparte brandwerende wand of een volledig gescheiden brandcompartiment is verplicht wanneer de hoeveelheden boven bepaalde drempelwaarden uitkomen of wanneer de PGS 15-samenopslagtabel dit voorschrijft.

Hoe controleert de ILT op naleving van samenopslagregels?

De Inspectie Leefomgeving en Transport controleert samenopslagregels via onaangekondigde inspecties waarbij de feitelijke opslagsituatie wordt vergeleken met de vergunning en de PGS 15-richtlijn. Inspecteurs kijken naar de fysieke indeling van het magazijn, de aanwezige stoffen per compartiment, de etikettering, de lekbakken en de beschikbare documentatie.

Tijdens een ILT-inspectie worden onder andere de volgende punten gecontroleerd:

  1. Klopt de feitelijke opslag met wat in de omgevingsvergunning is vergund?
  2. Zijn onverenigbare ADR-klassen aantoonbaar van elkaar gescheiden?
  3. Is de risicobeoordeling actueel en gedocumenteerd?
  4. Zijn lekbakken aanwezig, correct gedimensioneerd en leeg?
  5. Beschikt het personeel over de juiste ADR-kennis en certificaten?

Een overtreding kan leiden tot een waarschuwing, een last onder dwangsom of directe stillegging van de opslag. Bij herhaalde overtredingen of ernstige situaties kan de ILT ook strafrechtelijk optreden. Goede documentatie is daarbij cruciaal: wie niet kan aantonen dat hij aan de regels voldoet, wordt behandeld alsof hij dat niet doet.

Wilt u zeker weten dat uw opslag van gevaarlijke stoffen volledig voldoet aan PGS 15:2025 en ADR-regelgeving? Wij denken graag met u mee. Neem contact op met onze SHEQ-specialisten voor een vrijblijvend gesprek over uw specifieke situatie.

Veelgestelde vragen

Hoe begin ik met het beoordelen of mijn huidige opslag voldoet aan PGS 15:2025?

Begin met een volledige inventarisatie van alle gevaarlijke stoffen die u opslaat, inclusief hun ADR-klasse, subklasse en verpakkingsgroep. Leg deze vervolgens naast de samenopslagtabel uit PGS 15:2025 en toets elke combinatie systematisch. Het is sterk aan te raden om hierbij een SHEQ-specialist of erkend adviseur gevaarlijke stoffen in te schakelen, zeker als u met meerdere klassen werkt of als uw opslag boven de drempelwaarden uitkomt.

Wat moet ik doen als ik ontdek dat mijn huidige opslag niet voldoet aan de nieuwe PGS 15:2025 regels?

Documenteer de afwijking direct en stel een herstelplan op met concrete maatregelen en een realistische planning. Informeer indien nodig uw bevoegd gezag (gemeente of omgevingsdienst) proactief, want dat wordt bij een latere inspectie positief meegewogen. Zorg ervoor dat de aanpassingen — zoals het plaatsen van scheidingswanden, extra lekbakken of het herschikken van opslaglocaties — zijn doorgevoerd vóór een ILT-inspectie plaatsvindt.

Geldt PGS 15 ook voor kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen, zoals in een kleine werkplaats of opslagkast?

Ja, PGS 15 kent wel vrijstellingsdrempels voor zeer kleine hoeveelheden, maar ook onder die drempels blijft u verantwoordelijk voor een veilige en wettelijk correcte opslag op grond van de Omgevingswet en het Bal. Zelfs bij beperkte hoeveelheden gelden de basisregels voor scheiding van onverenigbare stoffen, etikettering en het voorkomen van bodemverontreiniging. Controleer altijd de specifieke drempelwaarden uit PGS 15 voor uw situatie, want die verschillen per ADR-klasse.

Mag ik onverenigbare ADR-klassen in hetzelfde gebouw opslaan als ik ze fysiek scheid met een wand?

In bepaalde gevallen is dat toegestaan, maar alleen als de scheidingswand voldoet aan de brandwerendheidseis die PGS 15 voorschrijft voor die specifieke combinatie — onder PGS 15:2025 zijn deze eisen aangescherpt. De wand moet dan aantoonbaar brandwerend zijn (uitgedrukt in minuten, bijvoorbeeld 60 of 120 minuten WBDBO) en de twee opslagcompartimenten moeten functioneel volledig van elkaar gescheiden zijn, inclusief aparte lekbakken en bij voorkeur aparte toegangen. Raadpleeg altijd de samenopslagtabel voor de exacte voorwaarden per klasse-combinatie.

Welke documenten moet ik klaar hebben liggen voor een ILT-inspectie?

Zorg minimaal voor een actuele omgevingsvergunning, een up-to-date risicobeoordeling van uw opslagsituatie, een stoffenregister met ADR-classificaties, veiligheidsinformatiebladen (VIB’s) van alle opgeslagen stoffen en een plattegrond van de opslagindeling. Onder PGS 15:2025 is de documentatieplicht uitgebreid, dus ook uw scenariogebaseerde beoordeling moet schriftelijk zijn vastgelegd. Inspecteurs beoordelen niet alleen de fysieke situatie, maar ook of uw administratie aantoont dat u de risico’s bewust beheert.

Wat is het verschil tussen een scheiding 'door afstand' en een scheiding 'door constructie' bij samenopslag?

Een scheiding door afstand houdt in dat onverenigbare stoffen op een minimale onderlinge afstand worden opgeslagen zonder fysieke barrière, wat PGS 15 alleen in specifieke en beperkte situaties toestaat. Een scheiding door constructie betekent dat er een fysieke, brandwerende wand of een volledig apart brandcompartiment tussen de stoffen zit, wat in de meeste gevallen de vereiste methode is voor onverenigbare ADR-klassen. Voor de meest gevaarlijke combinaties — zoals klasse 1 of klasse 5.1 met klasse 3 — volstaat scheiding door afstand nooit en is een constructieve scheiding altijd verplicht.

Zijn er specifieke opleidingseisen voor medewerkers die betrokken zijn bij de opslag van gevaarlijke stoffen?

Ja, medewerkers die werken met of rondom opgeslagen gevaarlijke stoffen moeten aantoonbaar zijn opgeleid en geïnstrueerd over de risico’s, de noodprocedures en de specifieke eigenschappen van de stoffen die zij hanteren. Voor transport geldt aanvullend de ADR-vakbekwaamheid (zoals het ADR-certificaat voor chauffeurs of de Veiligheidsfunctionaris Gevaarlijke Stoffen voor de organisatie). De ILT controleert actief of het aanwezige personeel beschikt over de juiste kennis en certificaten, dus zorg dat opleidingsregistraties altijd actueel en beschikbaar zijn.

Gerelateerde artikelen