Onder PGS 15 is er geen vaste universele maximale opslaghoeveelheid die voor alle situaties geldt. De toegestane hoeveelheid gevaarlijke stoffen hangt af van de ADR-klasse, de aard van de stof, de inrichting van het opslaggebouw en de vergunde activiteiten op basis van de Omgevingswet. Hoe die berekening precies werkt en welke grenzen er gelden, lees je in de secties hieronder.
Hoe wordt de maximale opslaghoeveelheid onder PGS 15 berekend?
De maximale opslaghoeveelheid onder PGS 15 wordt bepaald door een combinatie van de ADR-gevarenklasse van de opgeslagen stoffen, de brandcompartimentering van het gebouw en de drempelwaarden die in de Omgevingswet zijn vastgelegd. Er bestaat geen één-op-één-getal: de grens verschilt per stofcategorie en per opslagsituatie. Wie meerdere klassen opslaat, moet bovendien rekening houden met optellingsregels.
In de praktijk begint de berekening bij de drempelwaarden uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit besluit koppelt hoeveelheden gevaarlijke stoffen aan meldingsplichten en vergunningseisen. PGS 15 werkt vervolgens als de inhoudelijke technische richtlijn die beschrijft hoe je veilig kunt opslaan binnen die vergunde hoeveelheden. Denk aan eisen voor lekbakken, brandwerendheid van wanden, ventilatie en branddetectie.
Belangrijk is het begrip nettohoeveelheid: bij vloeistoffen telt de inhoud van de verpakking, niet het brutogewicht van het collo. Bij vaste stoffen en gassen gelden eigen rekeneenheden. De definitieve versie PGS 15:2025 werkt verder met scenario-gebaseerd denken, wat betekent dat de benodigde maatregelen afhangen van het specifieke risicoscenario dat bij een stof hoort. Dat maakt de beoordeling nauwkeuriger, maar ook complexer dan een simpele tabel met limieten.
Welke ADR-klassen gelden er voor de opslaglimiet?
PGS 15 is van toepassing op verpakte gevaarlijke stoffen uit diverse ADR-klassen, waaronder klasse 2 (gassen), klasse 3 (brandbare vloeistoffen), klasse 4 (brandbare vaste stoffen), klasse 5 (oxiderende stoffen en organische peroxiden), klasse 6 (giftige en infectueuze stoffen), klasse 8 (bijtende stoffen) en klasse 9 (diverse gevaarlijke stoffen). Daarnaast vallen CMR-stoffen, afvalstoffen, gewasbeschermingsmiddelen en biociden onder de richtlijn.
Elke klasse heeft zijn eigen drempelwaarden waarboven aanvullende maatregelen of een vergunning verplicht worden. Klasse 3 en klasse 8 zijn in de praktijk veelvoorkomende combinaties bij chemische bedrijven, maar deze stoffen mogen niet zomaar naast elkaar worden opgeslagen. De opslaglimiet per klasse wordt beïnvloed door de verpakkingsgroep (I, II of III): hoe gevaarlijker de stof, hoe lager de grens waarboven strengere eisen gelden.
Voor het ADR-transport van deze stoffen gelden vergelijkbare klasseindelingen, maar de regels voor opslag en vervoer zijn niet identiek. Opslag is een statische situatie met eigen brandcompartimenten en ventilatie-eisen; transport is een dynamische situatie met eigen ADR-regelgeving voor voertuiguitrusting, documentatie en chauffeurscertificering. Een goede logistieke partner beheerst beide domeinen.
Wat zijn de regels voor samenopslag van gevaarlijke stoffen?
Samenopslag van gevaarlijke stoffen is toegestaan, maar alleen als de combinatie van ADR-klassen geen verhoogd risico oplevert. PGS 15 bevat een samenopslagtabel die per klasse-combinatie aangeeft of opslag in hetzelfde vak, in hetzelfde compartiment of alleen in hetzelfde gebouw is toegestaan. Sommige combinaties zijn volledig verboden, andere vereisen extra scheidingsmaatregelen.
Klasse 1 (explosieven) mag in de meeste gevallen niet samen worden opgeslagen met andere klassen. Oxiderende stoffen (klasse 5.1) en brandbare vloeistoffen (klasse 3) zijn een bekende risicovolle combinatie die strikte scheiding vereist. Organische peroxiden (klasse 5.2) kennen aanvullende temperatuurbeheersing als voorwaarde voor opslag naast andere categorieën.
Bij het berekenen van de toegestane totale hoeveelheid bij samenopslag geldt een optellingsregel: hoeveelheden van verschillende klassen worden naar rato bij elkaar opgeteld en getoetst aan de gecombineerde drempelwaarde. Dit betekent dat je magazijn al vol kan zijn op papier, terwijl de fysieke ruimte nog beschikbaar is. Precies dit maakt samenopslag een van de meest complexe onderdelen van PGS 15-compliance in de dagelijkse praktijk.
Wanneer is een omgevingsvergunning verplicht voor PGS 15-opslag?
Een omgevingsvergunning voor PGS 15-opslag is verplicht zodra de hoeveelheid opgeslagen gevaarlijke stoffen de drempelwaarden uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) overschrijdt. Onder die drempelwaarden volstaat een melding. De exacte grens verschilt per stofcategorie en ADR-klasse, maar als vuistregel geldt: hoe gevaarlijker de stof, hoe lager de hoeveelheid waarbij een vergunning vereist is.
Het vergunningstraject zelf kan aanzienlijk tijd in beslag nemen. Afhankelijk van de complexiteit en de gemeente kan een procedure meerdere maanden duren, waarbij ook een omgevingseffectrapportage of advies van de veiligheidsregio gevraagd kan worden. Voor bedrijven die snel moeten opschalen, is dit een reële belemmering.
Een praktische oplossing is uitbesteding aan een vergunde externe opslagpartner. Wij beschikken vanuit de Europese Distributie Campus in Tilburg over PGS 15-gecertificeerde opslagfaciliteiten met de benodigde vergunningen al op orde. Zo kunt u direct opschalen zonder zelf een vergunningstraject te doorlopen. Neem contact op als u wilt weten wat er binnen uw situatie mogelijk is.
Wat gebeurt er als de maximale opslaghoeveelheid wordt overschreden?
Als de maximale opslaghoeveelheid onder PGS 15 wordt overschreden, handelt een bedrijf buiten de vergunde situatie en overtreedt het de Omgevingswet. Dit kan leiden tot handhaving door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) of de omgevingsdienst, met als mogelijke gevolgen een last onder dwangsom, een bevel tot stillegging van de opslagactiviteiten en in ernstige gevallen bestuurlijke boetes.
Naast de directe juridische consequenties brengt overschrijding ook operationele risico’s met zich mee. Een te volle opslagruimte vergroot de kans op incidenten bij brand of lekkage, omdat de aanwezige maatregelen zijn gedimensioneerd op de vergunde hoeveelheid. Brandcompartimenten, lekbakken en blusinstallaties zijn berekend op een specifiek scenario; meer stoffen dan vergund verstoort die balans.
Reputatieschade is een derde risico dat in de praktijk zwaar weegt. Een ILT-inspectie die een overtreding constateert, kan leiden tot publicatie op het handhavingsregister en tot vragen van klanten, verzekeraars en aandeelhouders. Voor een SHEQ-manager betekent een overschrijding niet alleen een compliance-probleem, maar ook een direct persoonlijk risico in de verantwoordelijkheidssfeer.
De beste manier om overschrijding te voorkomen is werken met een realtime registratiesysteem voor voorraadbewegingen en periodieke toetsing aan de vergunde hoeveelheden per ADR-klasse. Onze logistieke diensten omvatten ook de warehousing en documentatie die nodig zijn om die compliance aantoonbaar te maken, zodat u bij een inspectie direct kunt laten zien dat alles klopt.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet ik mijn PGS 15-registratie actualiseren en wie is daarvoor verantwoordelijk?
De registratie van opgeslagen gevaarlijke stoffen moet continu actueel zijn, niet alleen bij periodieke audits. In de praktijk betekent dit dat elke voorraadbeweging — ontvangst, intern transport en uitgifte — direct moet worden verwerkt in een registratiesysteem dat gekoppeld is aan de vergunde hoeveelheden per ADR-klasse. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de bedrijfsleider of de aangewezen preventiemedewerker, maar in de uitvoering is dit vaak een gedeelde taak tussen magazijnbeheer en de SHEQ-afdeling.
Wat moet ik doen als ik tijdelijk meer gevaarlijke stoffen wil opslaan dan vergund, bijvoorbeeld tijdens een piekperiode?
Tijdelijke overschrijding van de vergunde hoeveelheid is juridisch niet toegestaan, ook niet als het om een korte piekperiode gaat. De meest praktische oplossing is het inschakelen van een externe, vergunde opslagpartner die de overloop tijdelijk kan opvangen. Een andere optie is het aanvragen van een tijdelijke omgevingsvergunning, maar dat traject kost doorgaans te veel tijd om een acute piek op te vangen. Plan piekmomenten daarom ruim van tevoren in en bespreek capaciteitsafspraken vooraf met uw logistieke partner.
Geldt PGS 15 ook voor kleine hoeveelheden gevaarlijke stoffen, bijvoorbeeld in een werkplaats of klein magazijn?
Ja, PGS 15 is ook van toepassing op kleinere hoeveelheden, maar de verplichtingen zijn lichter naarmate de hoeveelheden lager zijn. Onder bepaalde drempelwaarden uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) volstaat een melding in plaats van een vergunning, en zijn minder zware bouwkundige eisen van toepassing. Toch gelden altijd basisverplichtingen zoals correcte etikettering, scheiding van onverenigbare stoffen en een adequaat veiligheidsinformatieblad (VIB) op de werkplek.
Hoe verschilt PGS 15:2025 van de vorige versie en moet ik mijn bestaande situatie aanpassen?
PGS 15:2025 introduceert een scenario-gebaseerde benadering, waarbij de vereiste maatregelen worden afgeleid uit de specifieke risicoscenario’s die bij een stof horen in plaats van uit vaste tabellen. Dit kan betekenen dat voor bepaalde stoffen strengere of juist minder strenge maatregelen gelden dan voorheen. Bestaande bedrijven doen er verstandig aan hun huidige opslagsituatie te laten toetsen aan de nieuwe versie, bij voorkeur in samenwerking met een gecertificeerd veiligheidsadviseur gevaarlijke stoffen (VCA/ADR), zodat eventuele aanpassingen planmatig en tijdig worden doorgevoerd.
Wat zijn de meest voorkomende fouten bij PGS 15-compliance die leiden tot handhaving?
De meest voorkomende overtredingen zijn: het niet bijhouden van een actuele voorraadregistratie per ADR-klasse, onjuiste of ontbrekende samenopslagsegregatie (stoffen die niet bij elkaar mogen staan), onvoldoende brandwerendheid van opslagvakken en het ontbreken of niet-functioneren van lekbakken. Een andere veelgemaakte fout is het opslaan van stoffen waarvan de verpakkingsgroep of ADR-classificatie niet correct is bepaald, waardoor de drempelwaardberekening onjuist uitpakt. Regelmatige interne audits en een goed bijgehouden registratiesysteem zijn de meest effectieve preventieve maatregelen.
Heeft de keuze voor een externe opslagpartner invloed op mijn eigen vergunningplicht?
Ja, als u gevaarlijke stoffen uitbesteedt aan een externe, vergunde opslagpartner, tellen die hoeveelheden niet mee voor uw eigen vergunde situatie — mits er sprake is van een daadwerkelijke overdracht van bewaring en verantwoordelijkheid. U blijft wel verantwoordelijk voor de correcte classificatie en documentatie van de stoffen die u aanlevert. Controleer altijd of uw externe partner beschikt over de juiste PGS 15-certificering en de bijbehorende omgevingsvergunning voor de specifieke ADR-klassen die u wilt opslaan.
Welke documentatie moet ik bij een ILT-inspectie direct kunnen overleggen?
Bij een inspectie door de ILT of omgevingsdienst moet u in ieder geval kunnen aantonen: de actuele voorraadregistratie per ADR-klasse en verpakkingsgroep, de geldige omgevingsvergunning of melding, de veiligheidsinformatiebladen (VIB’s) van alle aanwezige stoffen, de samenopslagsegregatie-indeling van het magazijn en de onderhoudsregistratie van brandpreventieve voorzieningen zoals lekbakken, branddetectie en blusinstallaties. Een digitaal, tijdgestempeld registratiesysteem maakt het aantonen van compliance aanzienlijk eenvoudiger dan papieren administratie.
Gerelateerde artikelen
- Wat is het verschil tussen transport naar frankrijk en andere eu-landen?
- Hoe werkt groupagevervoer naar frankrijk voor kleine zendingen?
- Wat is de rol van transport in een efficiënte supply chain?
- Wanneer is het slim om transport uit te besteden?
- Wat zijn emissiezones en wat betekenen ze voor jouw transport?